Dit is: Paul Spek – Eindredacteur

Ons team bestaat uit zo’n 40 medewerkers, dus er is altijd wel wat te vertellen. In de rubriek ‘Dit is’ interviewen we een collega over zijn of haar werk, maar ook over dromen, trends en wat we gewoon altijd al van diegene wilden weten. Dit is Paul Spek!

Hoi, wie ben je en wat doe je bij Buro N11?
Hallo! Ik ben Paul Spek en ik ben (eind)redacteur. Ik ben lang geleden als eindredacteur in dienst gekomen, maar inmiddels check ik niet alleen teksten en proeven, ik schrijf ook. Ik maak vooral vertalingen.

Wat vind je het leukst aan je werk?
De combinatie van taal en auto’s. Lezen en schrijven over en bezig zijn met auto’s is natuurlijk fantastisch voor een autoliefhebber als ik. Het is een combinatie van werk en hobby, al is mijn autohobby wel heel breed …

Je staat op de afdeling bekend als een taalmeester. Ruben Jason vraagt zich af of jij iemand bent die de krant mailt als er een dt-fout in een artikel staat? En wat is jouw favoriete Nederlandse woord?
Nou, ‘taalmeester’ … Een beetje pretentieuze term, vind ik. Ik doe mijn best. Ik moet zeggen dat ik niet snap dat sommige mensen de basisbeginselen van taal – spelling en grammatica – niet goed toepassen. Die heb je al op de basisschool – of in mijn geval op de lagere school – geleerd en je gebruikt ze elke dag, dus zo moeilijk is dat niet. Nee, ‘s avonds zoek ik niet naar foutjes. Ik lees in mijn vrije tijd graag Engelse lectuur. Dan val ik niet over eventuele foutjes. Mijn perfectionisme vier ik bot met modelbouw. Favoriet Nederlands woord? Jeetje, weet je wel hoeveel mooie woorden er zijn? ‘Correct’ schiet mij nu te binnen; die heb ik niet vooraf bedacht. Correct is een nogal stram woord voor foutloos, netjes, vriendelijk en voorkomend, goed.

Wat is je top-3 droomauto’s en waarom?
In droomauto’s kun je niet rijden. Autorijden staat voor mij voor plezier, als je de juiste weggetjes kiest. Ik droomde als twintiger van een DAFje met een twist. Ik vond een oude, rood-zwarte Daffodil LE, voorzag hem van lichtmetalen sportwielen en was apetrots. Ik had altijd en overal aanspraak en mensen staken regelmatig hun duim op. Ook in het buitenland.
Ruim twintig jaar geleden droomde ik van een bremgele Fiat Cinquecento Sporting en uiteindelijk kwam die er ook. Schitterend autootje, helemaal perfect. Er zat niets overbodigs aan en je kon er messcherp mee sturen.
Mijn derde langdurige favoriet is de Ford Streetka. Ik mocht in 2004 een testauto kiezen en meenemen op vakantie. Ik koos de Streetka, want dat was mijn droomauto. En na een jaar of vijftien is ook die er gekomen. Ik kan blijven kijken naar al die gekke lijntjes en hij rijdt nog lekker ook – natuurlijk altijd met het dak open.

Waar ben je het meest trots op, werk en privé?
Ik ben trots dat wij bij Buro N11 mooie producten, projecten en teksten maken. En dat ik een schakeltje ben in de totstandkoming daarvan. Al kijk ik waarschijnlijk anders naar tekst dan de gewone lezer. Privé ben ik best trots op mijn miniatuurauto’s, vooral de zelfgebouwde en verbouwde exemplaren.

Hoe blijf je op de hoogte van wat er in jouw vakgebied speelt?
In de praktijk vooral veel lezen over taal, auto’s en techniek. Goed luisteren naar collega’s, want ik heb de wijsheid niet in pacht, en je oren en ogen goed openhouden.

Wat is het laatste boek dat je hebt gelezen?
Ik ben vaak in meer boeken tegelijk bezig. Overal in huis liggen boeken en tijdschriften. Zeer onlangs heb ik het boek over de vintage Bentley 4½ liter gelezen – uitgegeven door en vormgegeven als een werkplaatshandboek van Haynes – en nu ben ik begonnen in het boek over de Ferrari 250 GTO uit dezelfde serie en in ‘De DAF van mijn vader’.

Van welke drie dingen word je blij?
Ik ben altijd blij. Maar nóg blijer word ik van uitstapjes met Miranda, mijn echtgenote, in de Ford Streetka, met het dak open. Maar bezig zijn met modelbouw vind ik ook heel fijn, vooral als een bouwdoosje of een verbouwing goed lukt. En als derde eh … gekoelde mergpijpjes van de Aldi.

Wat luister je in de auto?
Meestal luister ik gewoon naar Radio 2, behalve op zaterdag tussen de middag. Ik heb ook nog de nodige cd’s en gelukkig is de Streetka voorzien van een prima cd-speler – ja, zo oud is ie al – en dan draai ik graag Patricia Kaas, of Mike Oldfield, ELO, Kate Bush, Meat Loaf of eh … nou ja, ik vind heel veel oude muziek leuk.

Wat is je grootste droom?
Een onderhoudsvrij huisje zonder tuin, maar met een grote onderhoudsvrije, verwarmde en goed verlichte loods waarin ik wat leuke oude auto’s, mijn vitrines met miniatuurauto’s en boekenkasten met autoboeken kwijt kan. Maar zoals we nu wonen is eigenlijk ook goed.

Welke vraag zou je aan welke collega willen stellen?
Ik stel mijn vraag, eigenlijk zijn het er twee, aan Majliss Kruger, mijn vroegere roommate in het oude pand. Ze heeft een heel bijzondere voornaam. Kan ze in het kort vertellen hóe bijzonder en waar die vandaan komt?